Geschiedenis door Bert Boon

Op 3 september 1908 werd aan de Daendelsstraat 40 het 's-Gravenhaags Christelijk Gymnasium geopend. De school startte met 40 leerlingen in de klassen 1, 2 en 3, negen leraren en een conciërge. Een rector was er nog niet. De school had een "eerste leraar", de heer S. Veenstra, die natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde gaf.

Het initiatief tot de oprichting werd genomen door het college van directeuren van de Vereniging voor Christelijk Voorbereidend Universitair Onderwijs te Utrecht. Utrecht bezat al een christelijk gymnasium en het werd tijd dat Den Haag er ook één kreeg. Pas in 1919 kreeg onze school zijn eigen curatorium. Tot die tijd werden we vanuit Utrecht bestuurd.

De heer Veenstra werd vanuit het Utrechts gymnasium naar Den Haag gestuurd om de school door de eerste jaren heen te helpen. De toenmalige conciërge, de heer Muns, als telg uit een kostersgeslacht altijd gekleed in een zwarte broek, zwart vest en geklede jas, kondigde om 9.00 uur het begin van de lessen aan door zo luid mogelijk met een stoffer op een vuilnisblik te slaan. Met zijn grijze baard werd hij vaak voor de rector aangezien.

Eén van de leraren klassieke talen was dr. E.H. Renkema, die in 1910 op 28-jarige leeftijd tot rector werd benoemd. Het eerste eindexamen in 1912 was een feest. Alle 7 leerlingen slaagden. Voor Renkema was het dubbel feest. Tot ieders verrassing kondigde hij zijn verloving met één van de geslaagden aan (mej. Snoeck Henkemans). Zij trouwden in 1913.

Renkema deed alles alleen. Bij gebrek aan een administratie deed hij zelf de financiën en de cijferverwerking. Daarbij ging hij heel omzichtig te werk. Zo vond hij dat niemand (behalve hijzelf) een cijferlijst van een leerling mocht zien voordat de leerling die zelf had gezien. Dat leidde er toe dat hij leraren in tweetallen bij zich thuis liet komen om de cijfers van leerlingen te bespreken. Rapportlijsten bestonden niet. Moest een leerling algemeen besproken worden, dan werden zijn cijfers op een schoolbord gezet. De eerste rector drukte een stevig stempel op de school. Men sprak zelfs van de school van Renkema. Hij bleef rector tot 1931. In het trappenhuis hangt een herinneringsplaquette.

De school groeide en in augustus 1914 verhuisden 94 leerlingen naar de oude villa van minister N.G. Pierson op de hoek van de Groot Hertoginnelaan en de Sweelinckstraat, (nu staat daar een enorm kantoorgebouw). In 1917 bracht een grondwetsherziening de gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Hierdoor kreeg de school meer geld van het rijk. Tegelijkertijd veranderde het leerplan grondig. Zo werden bijvoorbeeld gymnastiek en tekenen ingevoerd. De lestijden veranderden. Voortaan begon de school om 8.30 uur. In de pauze mochten alleen de jongens naar buiten. Meisjes moesten binnen blijven.

Bij een school hoort een leerlingenvereniging. Die kwam in 1912. Een prijsvraag leverde de naam: A.V.E, Ars vita est. In 1914 kwam de schaakclub (Sesa), in 1929 twee sportclubs, de hockeyclub Push en de (tafel)tennisclub Smash. In 1929 kreeg AVE een eigen blad: Aemulatio Varietate Eget. Later volgden een toneelclub (Thaleia) en een discussieclub (Forum). Alleen het schoolblad heeft tot nu toe stand gehouden. Volgend jaar bestaat het 75 jaar! A.V.E. en de subclubs verdwenen eind jaren zestig. In 1931 werd Renkema benoemd tot Inspecteur van het Gymnasiaal Onderwijs in Nederland. Zijn opvolger werd de classicus dr. H.A. Mulder, in tegenstelling tot de introverte Renkema een extroverte persoonlijkheid. De geheimzinnigheid onder Renkema maakte plaats voor meer openheid. Mulder benoemde een administrateur en schafte een schrijfmachine en een stencilmachine aan waarop rapportlijsten werden gedraaid. Het tot dan toe geheime telefoonnummer van de school werd openbaar. Betaalde Renkema de salarissen altijd persoonlijk uit, Mulder liet dit door de bank doen. Het voorschrift dat meisjes binnen moesten blijven, werd door hem opgeheven.

In 1933 vierde de school het 25-jarig bestaan. Bij die gelegenheid werd door leerlingen en oud-leerlingen het Hermesbeeld aangeboden, dat nog altijd het voorportaal siert. Het gymnasium groeide, de clubs floreerden.

In 1940 brak de oorlog uit. Op de vrijdag voor de pinkstervakantie viel Hitler Nederland binnen en werd Den Haag oorlogsterrein. De school sloot die dag. Toen zij op 20 mei weer openging, waren koningin en regering al overgestoken naar Engeland. Voorzichtigheid werd troef. Sommige docenten en bestuursleden alsook enkele leerlingen waren betrokken bij het verzet. Helaas waren ook enkele leerlingen lid van de Nationale Jeugdstorm. In hun ogen foute uitspraken, zelfs in het gebed, werden door hen genoteerd. Leerlingen kwamen soms niet naar school, omdat hun vader was opgepakt, anderen moesten verhuizen. Ook een docent werd tijdelijk vastgezet. Natuurlijk leed ook het clubleven daaronder. Vergaderingen van meer dan twintig personen waren verboden. Wedstrijden niet. Dus werd elke vergadering een wedstrijd.

Aemulatio kon niet meer verschijnen vanwege de papierschaarste. Per klas werd nu één gestencild exemplaar verstrekt. Ondanks alle hindernissen is de school blijven functioneren. Er werd zelfs een natuurhistorische club opgericht: PAN.

Na de oorlog kwam de school opnieuw tot bloei. Het aantal leerlingen liep op tot 370 in 1947. Daarna zakte het tot 286 en kwam pas weer in de jaren zestig boven de 300 leerlingen.

In 1954 werd dr. Mulder opgevolgd door dr. Vels Heijn. uiteraard weer een classicus. In 1955 werd onze oud-leerlingenvereniging Hermes opgericht, die nog steeds een bloeiend bestaan kent en de band tussen de oud-leerlingen bewaart met de uitgave van het blad Vinculum. In 1958 werd het 50-jarig bestaan van de school groots gevierd met de opvoering van Aeschylus' Agamemnon en een feest in de Dierentuin. Ter gelegenheid daarvan verscheen het gedenkboek van dr. De Pater, dat de bron is van dit artikel voor de periode tot 1958.

In 1959 vond de eerste werkweek plaats: de vijfde klassen gingen naar Trier, onder leiding van mevrouw Nijenhuis en de heren Nannen en Hissink. In 1970 ging de vijfde klas naar Parijs en vanaf 1977 naar Rome.

In 1966 verhuisde de school naar het huidige gebouw en werd de naam veranderd in Christelijk Gymnasium Sorghvliet.

Het jaar 1968 was voor onderwijsland een belangrijk jaar. De Mammoetwet werd ingevoerd. Voor het eerst kregen we te maken met het begrip 'brugklas'. De lessentabel werd stevig overhoop gegooid. In het oude systeem kon de leerling kiezen uit alpha of beta. Vanaf nu konden vakkenpakketten gekozen worden.

In 1970 werd voor het eerst in de geschiedenis van de school een niet-classicus rector: de wiskundige drs. Geusebroek, een zeer integere, principiële man. In zijn periode werd de vrije zaterdag in het onderwijs ingevoerd. Helaas dwong ziekte hem na drie jaar zijn functie neer te leggen. Zijn rechterhand, conrector en historicus Nauta nam waar en volgde hem in 1974 als rector op.

Door de invoering van de Mammoetwet werd de drempel naar het gymnasium lager. Dat resulteerde in een snel toenemende stroom leerlingen: van 333 in 1970 tot 410 in 1974. Dit noopte tot aanpassingen in de organisatie. De conrector, tot dan toe voornamelijk waarnemer bij afwezigheid van de rector, kreeg veel meer inhoudelijke taken. Nieuwe functionarissen, zoals brugklascoördinator en decaan kwamen de school binnen. In 1975 werd de eerste brugklaswerkweek georganiseerd. De periode Nauta kenmerkt zich door veel discussie over de inrichting van het onderwijs. Zo werd in deze tijd het 'ongedeeld vwo' ingevoerd: een volkomen vrije pakketkeuze, waardoor naast alpha en beta ook een soort gammarichting een plaats kreeg. Economie (een Atheneumvak!) werd ingevoerd.

Na tien jaar moest Nauta om gezondheidsredenen zijn werk neerleggen. Hij werd in 1984 opgevolgd door oud-leerling en oud-docent klassieke talen mr. Koolschijn. Met zijn tomeloze energie liet hij een frisse wind door de school waaien. Zelf een sportman van formaat (hij reed met de collega's Petrie en Oosterheert in 1985 en 1986 de Elfstedentocht uit), stimuleerde hij sportwedstrijden tussen leerlingen en leraren: op vrijdagmiddag werd er gevolleybald. In de docentenkamer hing een tafeltennisladder waar menige pauze door docenten onderling voor gestreden werd. Hij organiseerde een docentenreis naar zijn geliefde Griekenland.
In 1988 werd het 80-jarig bestaan groots gevierd en werd hij zelf met de toenmalige docenten op het schilderij in de aula gezet. Hij stelde zichzelf maar ook anderen hoge eisen. Het rectorschap putte hem uit en na vijf jaar moest hij om gezondheidsredenen afscheid nemen.

Wisselden de rectoren elkaar sneller af dan voorheen, een stabiele factor kende de schoolleiding in conrector Tazelaar die sinds 1975 die functie bekleedde. Hij nam het rectoraat een jaar waar.
In 1990 kwam onze huidige rector, de anglist dr. Rookmaaker, zevende in de rij der rectoren. Onder zijn rectoraat groeide de school verder en werd er voor elk leerjaar een coördinator aangesteld. Hij stimuleerde het Europese uitwisselingsprogramma: vierdeklassers reizen een week af naar Frankrijk of Duitsland. Datzelfde cursusjaar komen leerlingen van de bezochte scholen naar Den Haag. Om de twee jaar wordt door hem een Romereis voor ouders georganiseerd.

Grote verbouwingen zijn nodig als in 1998 de jongste grote onderwijsverandering, de Tweede Fase, Sorghvliet bereikt.
Vanaf dat jaar kent het onderwijsjargon veel nieuwe begrippen: praktische opdracht, profielwerkstuk, handelingsdeel, studielast. Het gebouw moet stevig worden aangepast. De fietsenkelder wordt omgevormd tot bibliotheek, studieruimte en computerlokaal. Een nieuw lokaal op de derde verdieping ziet het licht, archiefruimten en vergaderruimten worden omgebouwd tot kleine lokalen. En nog barst de school uit zijn voegen. Er staan al weer nieuwe uitbreidingsplannen op stapel. Met 570 leerlingen gaan we het 20ste lustrum in.

De school leeft, is vitaal, heeft een heldere organisatiestructuur, een goed samenwerkend personeelscorps. De onderwijsresultaten zijn prima. Op vele terreinen kunnen de leerlingen hun energie kwijt. De jaarlijkse wijdingen, toneelvoorstellingen, muziekavonden, culturele - en sportwedstrijden zijn al jaren even zovele hoogtepunten. Jaarlijks doet de school mee aan de Thimun en zijn we aanwezig op allerlei interscholaire sportwedstrijden. Een actief leerlingenbestuur organiseert fantastische feesten. Kortom, we kunnen blij zijn met de jarige en dat zullen we vieren ook!

Bert Boon, november 2003